Brodshoes
BRODS HANDBOEK Trots op Brods
Brodshoes

Brods Handboek

In dit handboek lees je de belangrijkste zaken die je moet weten over ons bedrijf.

Wij hebben ‘m met veel liefde opgesteld om jou te vertellen wat je echt moet weten over ons bedrijf. Lees je dingen die niet kloppen, help ons dan door het te melden. En ben je het ergens niet mee eens, dan horen wij het graag.

Michiel & Guido

Historie

Wie zijn wij?

Brodshoes is in 1978 opgericht door
Ben en Agnes Meinders, de ouders van de huidige eigenaren en broers Michiel en Guido Meinders. Wij hebben het bedrijf in 2009 overgenomen van onze ouders.

Hierna lees je in chronologische volgorde het ontstaan van het bedrijf. Het is belangrijk dat je dit verhaal goed kent, omdat veel gasten hiernaar vragen. Dat is mede omdat de naam Brodshoes een familienaam is.

Huis van

Willibrord

‘Het huis van Willibrord’ is de letterlijke betekenis van Brodshoes. Willibrord was de voornaam van overgrootvader Meinders (de opa van onze vader).

Een wat lange naam vond men en die werd daarom al snel afgekort tot ‘Brods’. Willibrord, en later ook zijn zoon Ben (onze opa) waren beiden bakker. Ze hadden een bakkerij aan de Grotestraat in Rijssen. Deze bakkerij is er nog steeds en wordt tegenwoordig gerund door onze neef Ruben Meinders. Achter de bakkerij begon Ben sr. in 1954 een snackbar van formaat. De zelfgemaakte kroketten van Meinders zijn tot op de dag van vandaag een begrip in Rijssen en omstreken. Ben jr., Bennie voor intimi, wordt in eerste instantie

opgeleid tot horlogemaker. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Als zijn vader ziek wordt, moet Ben ‘naar huis komen’ om de zaak over te nemen. Na elf jaar is de snackbar te klein voor de culinaire ambities van Ben en zijn vrouw Agnes.

Ze willen een bistro openen.

Zo gezegd, zo gedaan. Hun oog valt op drie typisch Rijssense boerderijtjes aan de Bouwstraat, met de niendeuren aan de straatkant. Er wordt gesloopt en verbouwd, zonder de karakteristieke boerenstijl uit het oog te verliezen. In 1978 wordt de eerste verbouwde boerderij opgeleverd en is bistro ’t Brodshoes een feit. De eerste jaren blijft het bedrijf beperkt tot een bistro, maar na een tijdje dekt het niet meer de lading; de ambities van Ben en Agnes reiken verder. Langzaam maar zeker verandert de bistro in een restaurant.

Van bistro

Naar restaurant

Ben en Agnes nemen de eerste medewerkers aan. Verschillende medewerkers komen en gaan, maar eentje blijft: Albert Oosterveld. Hij wordt naast Ben en Agnes het gezicht van Brodshoes. Alle gasten kennen hem en hij kent de gasten. Hij is het gezicht van het restaurant.

Albert werkte jarenlang in verschillende restaurants en hotels in Nederland. Na een lange tijd werkzaam te zijn geweest bij Hotel Rijsserberg, komt hij werken bij Brodshoes. Hij brengt etiquette en gastheerschap samen.

Tot aan zijn pensioen in 2006 blijft hij bij Brodshoes. Hij heeft onmiskenbaar zijn stempel gedrukt op ons bedrijf. Hij kende alle gasten bij naam. Hij is een echte gastheer, maakte een praatje met iedere gast. Hij zorgde ervoor dat het restaurant en de zalen er piekfijn uitzagen. Precies zoals het hoort volgens de etiquette.

Die etiquette is waar Brodshoes nog steeds voor staat en veel waarde aan hecht. Daar komen we later in dit handboek op terug. Albert heeft daar dus een belangrijke bijdrage aan geleverd.

De eerste

Uitbreiding

In 1985 breidt Brodshoes uit. Op het parkeerterrein dat dan naast Brodshoes ligt wordt een serre gebouwd (de huidige voorkamer). Op drukke avonden kan de serre bij het restaurant betrokken worden. Ook gebruiken we de serre voor kleine feestjes en partijen. Niet lang daarna volgt de volgende uitbreiding.

 

De Hoefhamerzaal

In 1987 overleed mevrouw Hanna Hoefhamer. Zij was de eigenaresse van de boerderij en de schuur naast Brodshoes. In haar testament staat opgenomen dat Ben en Agnes als eersten haar bezittingen kunnen overnemen. En dat doen zij. Het plan om het bedrijf naar Holten te verhuizen wordt afgeblazen.

In 1988 breidt Brodshoes uit met de Tuinkamer en de Hoefhamerzaal.

Momenteel is Brodshoes een restaurant en een feestlocatie voor allerlei soorten feesten en partijen. Ook verzorgen we jaarlijks tientallen feestjes buiten de deur. Bij mensen thuis of op bedrijfslocaties.

Best Restaurant

Design Award

In 2009 nemen wij, Guido en Michiel, Brodshoes over van onze ouders.

Michiel in de keuken en Guido aan de voorkant. Voor ons was dit een spannende tijd. We hebben er direct onze stempel op gedrukt door een aantal veranderingen en verbouwingen door te voeren. Met groot respect voor de authentieke stijl ondergaan restaurant en zalen een complete metamorfose en krijgen die een eigentijds jasje aangemeten. De verbouwing is zo geslaagd, dat het ons een nominatie voor ‘Best Restaurant Design 2011’ oplevert.

Tegeltjeswijsheden

Onze vader Ben vond het altijd heel belangrijk dat de gasten voor en na het eten gezellig aan de bar kwamen staan voor een aperitief of een afzakkertje. Die functie moest bewaard blijven. Architect Theo Reitsema creëerde een gezellige bar met een stoer betonnen blad en klassieke Delfts blauwe tegeltjes met daarop familiefoto’s, fragmenten en typisch Twentse spreuken zoals die door Ben gezegd werden: ‘nood leart binn’, ‘ jûk leart krabn’ en ‘as ’t neet good is heit veur niks’. Een unieke bar voor unieke ontmoetingen en gesprekken.

 

Trots

Op Brods

Op 20 juni 2013 was het exact 35 jaar geleden dat onze ouders Ben en Agnes hun droom begonnen.

In alles is Brodshoes met haar tijd meegegaan. Maar wat onveranderd bleef en blijft, is de onvervalste Twentse culinaire gastvrijheid in een warme en authentieke ambiance. Wij kregen dit met de paplepel ingegoten. Toen wij de zaak hebben overgenomen, is onze vader minder gaan werken. Maar hij was altijd aanwezig op drukke momenten en stond ons bij met raad en daad als wij daar om vroegen.

Tijdens de jubileumviering verwoordde pater familias Ben het als volgt: “we zijn met z’n allen trots op Brods”. Die trots straalde hij uit. Kort na het jubileum is hij, tijdens een heerlijke vakantie in Italië, geheel onverwachts overleden. De grondlegger van Brodshoes is niet meer, maar zijn levenswerk zetten wij met passie en plezier voort.

Wat betekent

'Brodshoes'

Toen onze opa in 1954 een cafetaria begon in Rijssen, aten Rijssenaren nog niet buiten de deur. In die tijd haalde je af en toe iets lekkers bij de bakker. Uit eten gaan was er niet bij. In de rest van Nederland kwamen de Van Der Valk-restaurants en de Chinese restaurants op. In Rijssen was het cafetaria Meinders waar de Rijssenaar ervaring opdeed om te eten buiten de deur.

Sfeer creëren, genieten van eerlijke en pure gerechten, een mooi glas wijn en goede gesprekken aan tafel, bij de open haard of aan de bar; dat is waar het om draait bij Brodshoes.

Toen de ambitie van Ben en Agnes veranderde om het cafetaria vaarwel te zeggen en een bistro te beginnen, veranderde de smaak van de Rijssenaar mee. Ben liet hen proeven wat het is om kreeft, tong, chateau briand of entrecote te eten. Dat kon daarvoor alleen in het westen. Maar vanaf 1978 dus ook in Rijssen.

Die rol, verder kijken dan Rijssen, nieuwe smaken en producten ontdekken is nog steeds de ambitie die ons bedrijft nastreeft.

Wie is

Onze gast?

Bij Brodshoes komen verschillende gasten, die allemaal hun eigen wensen en behoeften hebben.
Hoe beter wij kunnen achterhalen wat zij willen, hoe completer wij hun avond kunnen maken.

In het algemeen zijn er twee typen gasten: de zakelijke gast en de gast die ‘privé’ komt eten.

Gasten die privé komen
Hij of zij gaat een avondje uit. Soms om iets te vieren, soms om iets goed te maken. Met zijn geliefde, of om zijn (schoon)ouders te bedanken dat de tuin weer zomer klaar is gemaakt.

Zakelijke gasten
Hij of zij komt met een zakenrelatie om een deal te beklinken of om de laatste onderhandelingen te doen. Vaak hebben ze geen tijd voor een praatje, soms reageren ze kortaf.

Iedere gast is uniek en heeft een ander doel. Het is belangrijk dat je bij iedere gast je bewust bent van zijn doel. Benader iedere gast zoals dat past bij het doel van zijn bezoek. Dat kun je inschatten door goed te kijken naar wat hij je vertelt, vaak gebeurt dat non- verbaal zonder dat hij het expliciet zegt.

Het is geen luxe maar noodzaak;

Gastvrijheid

We nemen het dineren als uitgangspunt, omdat het restaurant ons visitekaartje is. Dat betekent dat de feesten en partijen in de zalen en buiten de deur op dezelfde manier gaan. De manier waarop we omgaan met gasten in het restaurant is ook de manier waarop wij willen dat je omgaat met onze andere gasten.

Telefoon

aannemen

Laat de telefoon maximaal drie keer overgaan. Neem op een rustige en vriendelijke manier op. Dat jij hoofdpijn of gewoon een slechte dag hebt, daar heeft de beller niets mee te maken. Je kunt je toon vriendelijk laten klinken door ervoor te zorgen dat er in je stem een glimlach doorklinkt. Hierdoor gaat je stem iets omhoog en straal je meer enthousiasme uit. De eerste woorden die je door de telefoon spreekt worden vaak niet goed verstaan. Begin daarom altijd met een groet.

Natuurlijk mag het wel wat informeler als je op het display ziet dat een collega je belt.

“Goedenavond, restaurant Brodshoes. U spreekt met [je naam]”

Noteer meteen de naam van de beller. Als je de naam niet goed hebt verstaan, vraag er dan meteen naar. Het maakt een gesprek een stuk persoonlijker als je af en toe de naam van de beller gebruikt. Dat komt geïnteresseerd en attent over. Daarnaast kun je de naam nodig hebben als je iemand moet doorverbinden, voor het maken van een reservering of voor het toesturen van informatie.

Binnenkomst

Arrivé

Gasten komen binnen in de hal en hangen daar zelf hun jas op. Degene die achter de bar werkzaam is houdt de entree in de gaten, loopt naar de gasten toe, neemt eventueel de jassen aan (tenzij het te druk is) en heet ze welkom. Alle gasten benader je met de woorden:

“Goedemiddag/ Goedenavond mevrouw en/of meneer, welkom in Brodshoes.”

Het is dus niet toegestaan om gasten welkom te heten met ‘hoi’ of ‘hallo’. Ken je de naam van de gast, dan noem je hem of haar bij de naam.

“Goedenavond mevrouw en meneer Ter Horst, welkom in Brodshoes.”

Placeren

Het is altijd lastig om direct na binnenkomst in te schatten met welk doel de gast ons restaurant bezoekt. Het is belangrijk om je benadering daarop aan te passen.

 

Aperitief
Wij vragen iedere gast of ze een aperitief willen.

Je vraagt dan aan de gasten wat ze willen drinken. Als de gasten twijfelen, dan kun je een aanbeveling doen. Bijvoorbeeld een glas prosecco of een aperol spritz. Het aperitief kunnen gasten nuttigen aan de bar of bij de haard. Ze kunnen ook direct aan tafel plaatsnemen.

De kaart brengen
Alleen onze vaste medewerkers delen de kaart uit. Je deelt de kaarten uit in de volgende volgorde:

1.     Dames van oud naar jong;

2.     Heren van oud naar jong.

Je reikt de kaart aan door deze open te vouwen en aan te bieden.

Als er gerechten zijn die ‘op’ zijn, vertel je dat tijdens het uitdelen van de kaart. Dus niet pas als hij zijn keuze al gemaakt heeft. Het kan voorkomen dat we niet alles meer hebben wat op de kaart staat. Wij werken met verse producten en gerechten die we zelf maken. Het kan daarom voorkomen dat er gerechten op zijn. Of dat het product tijdelijk niet te verkrijgen is. De gerechten die niet te bestellen zijn vind je op het bord in de keuken. Nadat je de kaart hebt uitreikt en toegelicht vertel je wat het menu van de chef is.

Zorg ervoor dat je goed weet wat het menu is.

Voordat je de tafel verlaat, bied je hulp aan. “Mocht u vragen hebben of advies willen, dan help ik u hier graag bij.” Jij bent immers de deskundige.

Van het huis

De Amuse

We starten met een amuse van het huis. Tegenwoordig wordt dit vaak bij het plaatsnemen aan tafel in een restaurant aangeboden, maar oorspronkelijk is dit een klein hapje dat tussen de gangen door geserveerd wordt. De volledige term voor een amuse is amuse-gueule of amuse-bouche (uit het Frans, letterlijk vermaak voor de mond, waarbij de tweede iets minder vulgair klinkt maar minder vaak gebruikt wordt).

Definitie: Een amuse is een zeer klein gerecht (of minihapje) ter bevordering van de spijsvertering en om de smaakpapillen op gang te brengen.

Zorg ervoor dat je, voordat je begint met dienst, weet wat de amuse isḶ Op het bord in de keuken staat wat de amuse van die dag is. De bediening schrijft de amuse van de dag op het bord. Als je de amuse serveert, leg je altijd uit wat het is. Je zet de amuse nooit zonder uitleg zomaar op tafel. Als je de kaart brengt, neem je de lege bordjes mee terug.

 

Allergieën en

andere dieetwensen

Houd er rekening mee dat er gasten zijn die een allergie hebben of zwanger zijn en niet alles mogen eten. Aan dames die zwanger zijn kun je dat vaak wel zien. Als je het zeker weet, vraag je in de keuken één aparte amuse uit. De andere gasten krijgen de standaard amuse. Als je niet weet of er iemand zwanger is of een allergie heeft, zet je de standaard amuse op tafel. Je legt uit wat het is. Als gasten het niet mogen eten, dan geven ze het aan en haal je alsnog een andere amuse.

Tafelwater

'Gemeentepils'

In veel restaurants wordt tafelwater verkocht, mineraalwater uit een fles. Dat doen wij niet. Wij verkopen Gemeentepils: water uit de kraan in een fles met beugel. Nuchter. Echt Twents. Het water kost 1 euro per fles. De opbrengst schenken wij aan een goed doel uit de omgeving van Rijssen.

Leg dit uit aan de gasten en daag ze uit om een goed doel aan te dragen. Iedereen die een goed doel aandraagt, krijgt een uitnodiging om bij de uitreiking aanwezig te zijn. De goede doelen en datum van uitreiking worden altijd voor de zomervakantie bekend gemaakt.

Opnemen van

De kaart

Als alle kaarten gesloten op tafel liggen, heeft de gast een keus gemaakt. Ook als nog niet alle kaarten gesloten zijn, kan de gast een keus gemaakt hebben of je hulp nodig hebben.

Het opnemen van de kaart doe je in de volgorde van het uitdelen van de kaarten. Eerst de dames, van oud naar jong en daarna de heren van oud naar jong.

Je schrijft de gerechten op een kladblok op. Als een gast rood vlees bestelt, vraag je hoe hij dit gebakken wil hebben.

Vraag ook of de gast nog iets bij het eten wil drinken.

 

Bijschenken

Van dranken

Wees altijd alert op lege glazen. Niets is vervelender dan genieten van een lekker gerecht zonder dat je iets te drinken hebt. Daarbij komt dat wij het niet makkelijker kunnen verdienen dan daar een drankje te verkopen. Een oude uitspraak in de horeca is: Ze eten je arm en drinken je rijk.

Op de volgende momenten vraag je altijd of je nog iets kunt in- of bijschenken:

1.     Na het opnemen van de kaart (verkoop de wijn die past bij het gerecht of menu. Vind je dat moeilijk of spannend, dan vraag je dat aan één van de vaste medewerkers)

2.     Voor én na het brengen van de gerechten

3.     Bij het uithalen van de lege borden

Inzetten

Van gerechten

Als de gerechten voor een tafel klaar zijn, gaat het belletje van de keuken. Gerechten die in het luik staan gaan altijd voor ten opzichte van het brengen van drankjes. De gerechten zijn warm en moeten zo snel mogelijk op tafel komen. Daarbij komt dat er na deze tafel nog meer gerechten uit de keuken komen.

Bij het luik zie je voor welke tafel de gerechten zijn. Dit zie je aan het label. Hierover krijg je in de praktijk nog uitleg.

Voordat je de gerechten meeneemt, kijk je of je deze herkent. Weet wat je meeneemt. Weet je het niet, dan vraag je het aan de keuken of aan één van de vaste medewerkers van de bediening.

Controleer of de borden schoon en héél zijn. Een vies of kapot bord neem je niet mee. Doe je dat wel, dan ben jij verantwoordelijk. Niets doet namelijk meer afbreuk aan ons vakmanschap dan vieze en kapotte borden. Je kunt aan de keuken vragen om een vlekje van een bord te halen.

Dat geldt overigens ook voor het bestek en de glazen. Wees hier heel kritisch op. Een glas waar een stukje af is gooi je weg. Zie je dat het bestek van de gast toch niet schoon is, dan haal je het weg en breng je nieuw bestek.

 

Ken je de gerechten en zijn de borden schoon, dan neem je ze mee naar de tafel. Pak de borden aan met een doek. Een doek die overigens schoon moet zijn.

De doeken zorgen ervoor dat jij je handen niet brandt en er geen vingertasten van jou op het bord komen. Alle borden zet je van rechts in. Tenzij dat niet kan, omdat de gast of tafelschikking dat niet toelaat.

Als alle borden zijn ingezet, leg je uit wat er op het bord van de gast ligt. Je wenst de gasten een smakelijk eten en vraagt of je nog iemand van een drankje kan voorzien.

 

Afruimen

Van de tafel

Als alle gasten zijn uitgegeten, vraag je of het gesmaakt heeft en haal je de borden weg van tafel. Dus niet als één van de gasten is uitgegeten en de rest nog aan het eten is. Je kunt aan de borden en het bestek zien of de gasten zijn uitgegeten. Het bestek ligt dan namelijk schuin rechts op het bord.

Afrekenen

De rekening

Alleen de vaste medewerkers bieden de rekening aan.

Bij het betalen vraag je of het naar wens is geweest. Ook vraag je of ze bij ons in het systeem staan voor de spaarsmakelijk-actie.

Nadat je de rekening gecontroleerd hebt, kun je deze aanbieden aan de gast. Gasten kunnen bij ons betalen met cash geld of met de pin. De pinterminal staat achter de bar. Ook beschikken wij over een mobiele terminal die wij aan tafel kunnen brengen.

Het vertrek

Van de gast

Als de gasten vertrekken, begeleid je ze naar de hal. In de hal vraag je of ze een jas bij zich hebben en of je kan helpen om deze aan te doen. Maak een kort praatje. Vraag bijvoorbeeld of het allemaal naar wens was. Als ze naar de deur gaan, bedank je ze voor hun komst en spreek je uit ze binnenkort weer te mogen begroeten.

Huishoudelijke

Punten

Net als bij jou thuis gelden in ons bedrijf een aantal regels. Niet om streng te zijn, maar omdat wij ons bedrijf op deze manier het best kunnen leiden en zo samen met jullie een leuke en gezellige werksfeer kunnen creëren.

Werktijden

En rooster

Minimaal twee weken van tevoren zijn de roosters bekend. Michiel en Guido maken de roosters en de planning. Michiel maakt de personele planning voor de keuken, Guido die voor de bediening. De vaste medewerkers vinden het rooster in de keuken. Parttimers krijgen per mail of telefoon hun werktijden door.

Begintijd
Wees altijd op tijd. Op tijd betekent dat je minimaal 10 minuten voor het tijdstip dat op het rooster staat omgekleed klaarstaat. Kijk waarvoor je op het rooster staat en wat je taken zijn voor die avond.

Te laat aanwezig zijn kan echt niet. We verwachten van jou dat je altijd op tijd komt. Onze gasten hebben er geen boodschap aan. Zij zijn altijd op tijd. Ook al zijn ze laat.

Mocht je onverhoopt toch te laat komen, bel ons, zodat wij ons hier op kunnen instellen.

Personeelsruimte

En kleedruimte

Boven zijn er twee kleedruimtes. De linker is voor de dames en de rechter is voor de heren. Werkkleding ligt in de kast bij de kleedruimtes. Er zijn twee personeelstoiletten. Maak geen gebruik van het gastentoilet.

Er is een personeelsruimte waar je kunt eten. Na het eten maakt de bediening de tafel schoon. Dit betekent niet dat de rest met lege handen kan lopen. Kijk altijd of je iets kunt meenemen.

 

Representatief

Eruitzien

Wij willen dat alle medewerkers er keurig en verzorgd uitzien. Of je nu werkt in de keuken, bediening of afwas, iedereen komt in contact met de gasten. Daarom moet je er representatief uitzien. Jij bent het gezicht van Brodshoes.

Persoonlijke verzorging
Zorg ervoor dat je er verzorgd uitziet. Een goede persoonlijk verzorging is heel belangrijk.

Eisen dames:

  • je draagt je haar in een staart
  • je draagt in ieder oor maar één oorbel
  • je zorgt ervoor dat je piercings en tattoos niet zichtbaar zijn
  • je ruikt niet overdreven naar parfum
  • je ruikt niet naar zweet, dat is echt uit den boze

 

Eisen heren:

  • je haar is keurig geknipt
  • je draagt geen zichtbare oorbellen en piercings
  • je zorgt ervoor dat je tattoos niet zichtbaar zijn
  • je baard is geschoren of getrimd
  • je ruikt niet overdreven naar aftershave
  • je ruikt niet naar zweet, dat is echt uit den boze

Wij vinden dat we elkaar kunnen aanspreken op je persoonlijke verzorging. Zie je dat een collega niet geschoren is, spreek hem erop aan. Boven bij de omkleedruimte zijn er altijd scheermesjes en scheerschuim voorhanden.

 

Kleding

Wie draagt wat?

Wij willen dat iedereen die in Brodshoes werkt er keurig en verzorgd uitziet. Het maakt hierbij niet uit of je werkt in de keuken, bediening of afwas. Iedereen komt in contact met de gasten en daarom moet je er representatief uitzien.

 

Kleding

Bediening

Je draagt een wit hemd of wit t-shirt, een zwarte pantalon met daaronder zwarte schoenen en zwarte sokken. Zorg ervoor dat je schoenen gepoetst zijn. Wij verwachten dat je hier zelf voor zorgt. Het kan natuurlijk een keer voorkomen dat na een paar dagen werken je pantalon in de was zit. Dan hebben wij altijd wel een pantalon klaarliggen.

 

De blouse en sloof liggen voor je klaar. Boven bij de toiletten in de kasten hangen blouses en sloven. De damesblouses hangen onderin de kast op volgorde van maat. En de herenblouses hangen bovenin de kast, ook op volgorde van maat. De sloven liggen rechts onderin de kast. Wij gaan ervan uit dat je met zorg omgaat met de kleding.

 

Kleding die defect is lever je in op ons kantoor. Of je meldt dit bij één van de vaste medewerkers. Zo kunnen wij ze herstellen of opnieuw bestellen.

Kleding

Keuken

In de keuken is je kleding heel belangrijk, ook voor je veiligheid. Zorg zelf voor goede schoenen met een anti-slipzool, omdat het glad kan zijn. Stroop de mouwen van je koksjas niet op, want die beschermen je tegen hete spetters olie.

Je draagt dus goede schoenen met een anti-slipzool, een koksbroek, een witte koksjas met ons logo en een lange zwarte sloof. Je hebt ook altijd een schone koksdoek (blauw) aan je sloof hangen. Deze gebruik je om je handen aan af te drogen.

Kleding

Afwas

Het werk in de afwas is zwaar en heel belangrijk. We kunnen een bord nog zo mooi opmaken, als het niet schoon is (ook al zit er maar één spikkel op), dan valt al het andere werk in het nietḶ

 

Zorg zelf voor goede schoenen, want het kan glad zijn. Verder draag je een spijkerbroek en een polo van Brodshoes.

Het is belangrijk dat je er representatief uitziet. Het komt vaak voor dat je vanuit de afwas in het restaurant of de zaal komt om borden of bestek bij te vullen. Controleer voordat je ‘het podium’ betreedt je kleding.

 

 

Een schone klus

De was

Je kleding moeten na een dag werken gewassen worden. Als je bent omgekleed, leg je jouw kleding in de juiste wasmand.

Er zijn drie soorten was:

•    Keukenwas met alle handdoeken en theedoeken uit de keuken;

•    Witte was met koksjasjes en witte blousejes;

•    Sloven, zowel van de keuken als van de bediening;

 

Heb je een broek geleend, dan hang je die weer keurig op de hanger, zodat deze nog een keer kan worden gebruikt. Als de broek vies is, lever je hem in op kantoor.

Alle kleding wordt gewassen door de dames van de schoonmaak. Wij zorgen er met z’n allen voor dat zij hun werk goed kunnen doen. Denk er daarom aan dat er geen pennen of papiertjes in de zakken zitten en dat opgestroopte mouwen weer ontstroopt zijn.

Overige

Zaken

Fietsen/brommers
Ben je op de fiets gekomen? Zet je fiets in de gang achter de zaak. Zorg ervoor dat anderen er nog langs kunnen. Zet je fiets niet op het terras neer. Gasten kunnen die namelijk vanuit de zaal zien.

Mobiele telefoon
Tijdens je werk draag je je telefoon niet bij je. Vraag één van de vaste medewerkers waar je je telefoon kunt neerleggen. We willen geen mobiele telefoons op de werkvloer, want die zorgen voor afleiding.

Goede gezondheid
Werken in de horeca is een zwaar beroep. Onderschat dat niet. Onregelmatige werktijden, lange dagen en gasten met hoge eisen vergen veel van lichaam en geest. Gasten hebben het feilloos door als je niet fit bent. Heb je tips voor ons hoe wij ons werk kunnen veraangenamen, dan horen wij die graag.

 

Omgaan met

Klachten

Er gaat wel eens iets fout. En in de horeca is er nog een vervelende gewoonte: de gast heeft altijd gelijk. Ook al heeft hij dat niet, hij krijgt het toch.

Gaat er iets fout, draai er dan niet omheen. Ga zeker niet in discussie. Bied je verontschuldigingen aan en vraag hoe je het op kunt lossen. Kom je er niet uit met een gast, dan haal je Michiel of Guido erbij, zodat we het samen kunnen oplossen.

Het is belangrijk om van onze fouten te leren. Deel ze daarom met ons.

Het zit in een klein hoekje;

Een ongeluk

EHBO
Er kan altijd iets gebeuren. Als er Eerste Hulp Bij Ongelukken nodig is, dan roep je William er direct bij. Is William niet aanwezig, dan roep je Michiel of Guido. De meeste vaste medewerkers zijn BHV’er (Bedrijfshulpverlener) en hebben een EHBO-diploma. Raak zelf niet in paniek, maar probeer rustig te blijven en kalmeer de gasten.

Ziekte
Als je door ziekte of door een ongeval niet kunt werken, dan meld je dit zo snel mogelijk bij Michiel of Guido. Geef de volgende informatie door:

  • Sinds wanneer ben je ziek?
  • Hoe komt het dat je ziek bent? Wat is de oorzaak?
  • Heb je de huisarts geraadpleegd?
  • Wanneer denk je weer beter te zijn?
Hoe en wat

Vakantie

Vakantie en vrije dagen
De vaste medewerkers hebben 5 weken vakantie in het jaar. Deze zijn verdeeld in 4 weken zomervakantie en 1 week in het voorjaar. In de bouwvak is het restaurant 3 weken gesloten. Je krijgt dan 3 weken bouwvak, met een week ervoor of erna. De vakanties worden bij gehouden in de agenda.

Wil je een dag vrij opnemen, overleg dan met Michiel en Guido. Geef minimaal drie weken van tevoren aan welke dag je graag vrij wilt. Er is vaak veel mogelijk. Maar als het heel druk is, dan kan het zijn dat het niet mogelijk is om vrij te nemen.

 

Overig

avsda

Partijleider
Bij elke partij is er een partijleider. Op de sheet staat vermeld wie de partijleider is. De partijleider vertelt wat de taakverdeling is en geeft uitleg van de avond.

De taken van de partijleider:

  • Gasten ontvangen
  • Het eerste aanspreekpunt voor de gast
  • Communicatie met de keuken
  • Overzicht in de zaal houden
  • Het aansturen van de overige medewerkers
  • Buffetten aankondigen en uitleggen

Nazitten
Aan het eind van de dag drinken we met z’n allen nog 1 drankje. Vind je het gezellig met elkaar, dan ben je uiteraard vrij om daarna nog een tweede drankje te drinken in een andere horecagelegenheid.

Aandachtspunten

In de keuken

Eigen gereedschap
Neem je eigen gereedschap mee. Iedereen snijdt immers het liefst met zijn eigen mes. Zo weet je ook waar je spullen zijn. Je houdt zelf in de gaten of je messen nog scherp zijn.

Opgeruimde werkplek
Zorg ervoor dat je werkbank, vloer en snijplank netjes zijn. Je werkt het fijnst als je een schone, nette werkplek hebt. Dan houd je overzicht en orde. Als er wat op de grond valt, pak je een bezem, veeg je het bij elkaar met stoffer en blik en gooi je het in de vuilnisbak.

Elke avond na het diner maken we alle werkbanken, de kachel, vloer enzovoorts schoon. Zo kunnen we de volgende dag weer fris en schoon van start.

Indeling koelkast
Alle koelkasten in de keuken hebben een bepaalde indeling, producten staan op een vaste plek. Zo houden we overzicht wat we allemaal hebben.

Als je klaar bent met iets, dan ruim je de producten op. Doe het bijvoorbeeld in een bakje, dek het af en zet het op de juiste plek in de koelkast. Je kunt altijd even je collega’s vragen waar je het in de koelkast mag zetten.

 

Afwas
Debrasseer het servies dat je bij de afwas zet netjes. Je kunt het ook meteen even afwassen. Zo houden we de bank netjes en gaat het servies minder snel stuk. Als je langs de afwas loopt met lege handen, neem dan meteen wat schone dingen mee en zet ze weer op de plek waar ze horen.

Zorgvuldigheid
Ga zorgvuldig met je producten om. Probeer het hele product te gebruiken. Een beestje heeft immers niet alleen voor de filets geleefd. Afsnijdsels kun je in de bouillon doen of verwerken tot een crème. Er is wel betaald voor alles wat in de afvalbak verdwijnt.

Werkbakjes
Gebruik werkbakjes voor het maken van gerechten. Als je bijvoorbeeld sla moet aanmaken, dan pak je een bekken. Borden, porseleinen schalen enzovoorts gebruiken we om gerechten in en op te maken. Gebruik ze dus niet als werkbakje.

Heb je dingen die wij beter, anders, slimmer, moderner, maar vooral leuker kunnen doen? Top. Spreek je ons dan even aan?

 

Groeten,

Michiel en Guido